Interieurontwerper in gesprek met een koppel over de inrichting van hun woonkamer
/

Van conflict naar karakter: wat een interieurontwerper doet als twee stijlen botsen in de woonkamer

Je partner wil warme aardetinten en gevlochten manden, jij wil strakke lijnen en koel beton. Of andersom. De woonkamer is al drie keer opnieuw ingericht en toch voelt het nog steeds niet als van jullie allebei. Interieurontwerper Lieke Vermeer herkent dit direct aan het gesprek dat volgt als ze bij mensen thuiskomt: niet wie welke bank mooi vindt, maar wie ’s ochtends als eerste de woonkamer binnenstapte en waarom. ‘Dat vertelt mij meer over iemands relatie met een ruimte dan welke Pinterest-board dan ook,’ zegt ze.

Het moment waarop alles duidelijk wordt

Lieke werkt al ruim twaalf jaar als zelfstandig interieurontwerper, voornamelijk voor stellen die samen een woning inrichten. Ze heeft tientallen moodboards gezien, Pinterest-albums vol tegenstrijdige plaatjes, en spreadsheets met swatches die nooit bij elkaar in de buurt zouden moeten komen. Maar de echte scheidslijn trekt ze nooit bij de materialen.

‘Op een gegeven moment merk je dat mensen niet ruziemaken over een kleur. Ze ruziemaken over wie ze zijn, en of de ander dat respecteert. Die bank is geen bank meer. Die bank is een standpunt.’

Casus 1: wit en lucht tegenover fluweel en prints

Haar eerste grote stijlbotsing die ze ons beschrijft, gaat over een stel in Amsterdam-Noord. Hij wilde Scandinavisch: wit, hout, ruimte, lucht. Zij wilde maximalistisch: bordeauxrood fluweel, botanische prints, gouden details. Twee beelden die in een standaard ontwerpproces gewoon niet samen gaan.

De technische oplossing die Lieke koos, was verrassend subtiel. Ze verdeelde de woonkamer in twee registers via plafondafwerking en verlichting, zonder ook maar één wand te plaatsen. Aan zijn kant: een wit gestucte plafondstrook met ingebouwde spots, strak en koel. Aan haar kant: een verlaagd plafondvlak met indirecte warme verlichting en een botanisch behangpaneel dat de muur achter de bank omsloot als een soort nis. De vloer, een grove lichte eiken visgraat, liep door in de hele ruimte en werkte als bindmiddel.

‘De ruimte voelde als één geheel, maar je kon er tegelijkertijd in ademen zoals hij dat wilde en nestelen zoals zij dat wilde. Ze hoefden niet te kiezen.’

De vraag die ze altijd als eerste stelt

Lieke heeft in de loop van de jaren één opening ontwikkeld die ze bij elk koppel gebruikt, los van budget of stijlrichting. Ze vraagt nooit wat ze mooi vinden. Ze vraagt: waar word je rustig van, en waar word je blij van?

‘Dat zijn twee totaal verschillende vragen. Iemand kan blij worden van een drukke kleur maar rustig worden van een lege kamer. Als je dat weet, heb je al veel meer dan een smaakprofiel. Je hebt iemands dagelijkse behoeften.’

De antwoorden bepalen hoe ze een ruimte zoneert, niet alleen visueel maar ook functioneel. Wie rust zoekt, krijgt zijn plek bij het raam. Wie energie wil, krijgt de muur.

Casus 2: de vleugel die niet weg mocht

Een van de meest geladen opdrachten die Lieke beschrijft, draaide om een grand piano. De man had hem geërfd van zijn vader, een professioneel muzikant. De vrouw had de woonkamer bewust kindvriendelijk en speels ingericht, pastelkleuren, zachte materialen, een speelhoek. De piano paste nergens in dat beeld, en ze had hem liever zien verdwijnen naar een slaapkamer of studeerkamer die ze niet hadden.

Lieke gaf geen van beiden gelijk. In plaats daarvan maakte ze de piano het ankerpunt van de hele ruimte. Ze plaatste hem op een licht verhoogd platform van twee centimeter, nauwelijks zichtbaar maar ruimtelijk veelzeggend, en omgaf hem met een donkere wand in een diep mosgroen. De rest van de kamer bleef licht en zacht. Het resultaat: de piano stond er niet ondanks de kamer, maar als middelpunt ervan.

‘Ze zei achteraf: ik wil hem eigenlijk nooit meer kwijt. Hij geeft de kamer gewicht. Dat had ze niet verwacht van zichzelf.’

Het ankerpunt als ontwerptool

Dit principe, het ankerpunt, is iets wat Lieke bewust inzet bij elk stijlconflict. Ze laat een koppel samen één object of materiaal kiezen waar ze het wél over eens zijn. Dat kan een natuurstenen vensterbank zijn, een vintage klok, of een specifiek type hout. Dat ene element wordt de visuele taal waaraan beide stijlen zich ophangen.

‘Als ze allebei van dat ene materiaal houden, gebruik ik het in beide zones. Zo praten de twee kanten van de kamer met elkaar zonder dat je hoeft uit te leggen waarom.’

Casus 3: de bordeauxrode wand en wat eronder lag

Een van de verhalen die Lieke het meest bijblijft, gaat over een relatief klein conflict dat zich uitbreidde. Een koppel was het oneens over een bordeauxrode wand in de woonkamer. Hij wilde hem. Zij vond het te donker, te zwaar, niet van haar.

Lieke vroeg door. Niet over de kleur, maar over dat zinnetje: ‘niet van mij.’ Langzaam bleek dat de vrouw zich in de gezamenlijke woonkamer nauwelijks herkende. Haar man had in een eerder appartement de inrichting bepaald, zij was erin meegegaan, en ze hadden die patronen meegenomen naar het nieuwe huis.

‘Op dat moment ben ik geen interieurontwerper meer, maar ik ben ook geen therapeut. Wat ik wél kan doen, is de ruimte zo inrichten dat ze allebei een stuk van zichzelf terugzien. Ik heb de bordeauxrode kleur vertaald naar een smal kleurpaneel achter de boekenplank van hem, en haar stijl op de rest van de wand laten spreken. Ze hoefde de kleur niet te verstoppen, maar ze hoefde er ook niet door omringd te worden.’

De technische kant: wat stijlen verbindt

Los van de menselijke dynamiek zijn er ook concrete ontwerpmiddelen die stijlbotsingen dempen. Lieke noemt er drie die ze keer op keer inzet:

  • Textuur als verbindende factor. Twee stijlen kunnen visueel ver uit elkaar liggen, maar als ze hetzelfde materiaal delen, bijvoorbeeld linnen in zowel de zachte als de strakke zone, ontstaat er een onderhuidse samenhang.
  • Één terugkerend materiaal in beide kampen. Messing, zwart staal of een specifiek houtsoort dat aan beide zijden terugkomt, werkt als een stille handdruk tussen twee totaal verschillende werelden.
  • Kleurtemperatuur van verlichting als smeermiddel. Een warme lichtkleur (2700 tot 3000 kelvin) maakt bijna elke combinatie minder schreeuwerig. Mensen zien het niet, maar voelen het wel.

Wanneer ze stopt

Lieke heeft één keer een opdracht teruggegeven. Een koppel waarbij de gesprekken keer op keer vastliepen, niet op stijl maar op macht. Wie er meer inbracht, wie er harder werkte, wie er meer recht had op de woonkamer. Ze merkte dat elke keuze die ze maakte een wapen werd in een grotere strijd.

‘Ik heb toen gezegd: ik kan jullie een mooie kamer geven, maar ik kan niet oplossen wat jullie hier eigenlijk oplossen willen. Dat was een moeilijk gesprek, maar wel het eerlijkste dat ik kon voeren.’

Het eindresultaat dat niemand had verwacht

Wat Lieke keer op keer ziet, is dat de woonkamers met de meeste spanning in het ontwerpproces vaak de meeste karakter hebben. Niet ondanks het conflict, maar dóór het conflict. Twee stijlen die eerlijk naast elkaar mogen bestaan, die niet gladgestreken worden tot een veilig compromis, leveren ruimtes op die iets te vertellen hebben.

Wij van Boulevard.nl vragen haar of ze een favoriet eindresultaat heeft. Ze denkt even na. ‘De kamer met de piano. Omdat ze allebei de kamer binnenliepen en dachten: dit is van ons. Niet van hem. Niet van mij. Van ons. Dat is het enige wat telt.’

Een interieurontwerper die stijlconflicten in de woonkamer aanpakt, doet in de beste gevallen meer dan kleurpaletten combineren. Ze maakt zichtbaar wie mensen zijn, en bouwt daar een kamer omheen.

Twee verschillende smaken in één woonkamer werken alleen als je bereid bent verder te kijken dan ieders afzonderlijke voorkeuren. Wij van Boulevard.nl zien in gesprekken over interieur steeds hetzelfde patroon: de beste resultaten ontstaan niet door te halveren wat ieder wil, maar door te zoeken naar wat beide stijlen al gemeen hebben, een textuur, een kleurtemperatuur, een meubelstuk dat in beide werelden past. Praat met je partner over wat een ruimte met je doet, niet over wat je er mooi aan vindt. Dat is een ander gesprek, en een productiever een.

Vorige

Hoe Tikkie geld verdient en wat dat zegt over het verdienmodel achter gratis apps