Handgeschilderd blauw-wit keramiek van een hedendaagse keramist op een houten tafel
//

Delfts blauw voorbij het souvenir: hoe hedendaagse keramisten een oud ambacht opnieuw uitvinden

Je staat in een souvenirwinkel bij een kanaal in Delft, omringd door miniatuurmolentjes en borden met geschilderde tulpen, en denkt: dit is niet wat ik zoek. Delfts blauw heeft jarenlang een imagoprobleem gehad. Het stond gelijk aan kitsch, aan prulletjes die nooit aangeraakt mochten worden. Maar er is iets aan het verschuiven. Een nieuwe generatie keramisten pakt het ambacht op en gooit de tulpen overboord. Wat overblijft, is een stijlvol en levend materiaal dat in een modern interieur heel goed zijn plek weet te vinden.

Waarom Delfts blauw jarenlang taboe was

Het probleem was niet het blauw zelf, of het handwerk achter de techniek. Het probleem was de associatie: keukenklokken, koekblikken, verzamelservies voor de senioren van een pensioenvakantie. In de interieurwereld van de jaren negentig en tweeduizenden wilde je juist minimalistisch, Scandinavisch, strak. Een bord met een windmolen paste daar simpelweg niet bij.

Tegelijk bleef De Porceleyne Fles in Delft gewoon draaien. De ambachten werden bewaard, de technieken doorgegeven. Maar de markt was jarenlang vooral gericht op toeristen en traditionele verzamelaars. Het bredere publiek had het idee dat Delfts blauw thuishoorde in een vitrine, niet in een eigentijds woonhuis.

Wat de nieuwe makers anders doen

De kentering begint bij de motieven. Waar traditioneel Delfts blauw vol staat met windmolens, boerenmeisjestjes en symmetrische bloempjes, kiezen jonge keramisten bewust voor abstractie. Golvende lijnen, geometrische vlakken, onregelmatige stippen. Vormen die verwijzen naar landschappen of planten zonder ze letterlijk af te beelden.

Ook de vormen zijn anders. Asymmetrische kommen, schalen met een onregelmatige rand, vazen die bewust wat scheef zijn gezet. De hand van de maker is zichtbaar en dat is precies de bedoeling. Het gaat erom dat je ziet dat iets gemaakt is, niet dat het eruitziet als een gekopieerd patroon uit 1690.

Wij van Boulevard.nl vinden dat de kracht zit in die combinatie: het blauw-wit houdt iets vertrouws, iets cultureel herkenbaars, maar de uitvoering is onmiskenbaar van nu.

Ateliers en studio’s om in de gaten te houden

De Nederlandse keramiekscene is de afgelopen jaren flink gegroeid. Een handvol namen springt eruit als het gaat om deze heruitvinding van het vakmanschap.

  • Studio Maartje Korstanje in Amsterdam maakt handgeschilderde serviesstukken waarbij het blauwe patroon eerder aan Japanse inkt denkt doet dan aan Holland.
  • In Delft zelf werken een aantal jonge makers in de ateliers rondom het Gemeentemuseum, waarbij ze de techniek van De Porceleyne Fles als basis nemen maar volledig hun eigen beeldtaal ontwikkelen.
  • Keramist Floor Nijdeken uit Utrecht werkt met grove kwaststreken op grote borden en schalen. Haar werk hangt net zo goed aan de muur als dat het op tafel staat.

Open atelierdagen in het najaar zijn een goede manier om het werk van dichtbij te zien. In september en oktober organiseren veel keramisten in de Randstad en Gelderland open deuren, soms gekoppeld aan lokale kunstroutes.

Van bord naar architectuurdetail

Eén van de interessantste ontwikkelingen is de schaalvergroting. Handgeschilderde tegels zijn niet nieuw, maar de manier waarop hedendaagse makers ze inzetten wel. Denk aan een volledig blauw-wit tegeltableau als achterwand in een keuken, of een wandpaneel in een hal dat een abstracte compositie toont in plaats van een historische havengezicht.

Dit soort werk haalt Delfts blauw definitief uit de vitrinekast. Het wordt onderdeel van de architectuur, net zoals in de zeventiende eeuw ook de grote tableaus voor rijke kooplieden werden gemaakt. De cirkel is rond, maar de beeldtaal is nieuw.

Serviesgoed dat je durft te gebruiken

Een ander keerpunt is het idee dat het gebruik mag. Hedendaagse keramisten maken bewust stukken die de vaatwasser overleven, die op tafel gezet worden, die vuil mogen worden. Een blauw-wit ontbijtservies van een eigentijdse maker voelt heel anders dan het erfstuk van oma dat je niet durft aan te raken.

Ons advies: begin met een paar losse stukken in plaats van een compleet servies. Een kom, een klein bordje, een koffiemok. Kijk hoe het voelt om het blauw-wit dagelijks te gebruiken. Je went er snel aan, en het gevoel van een handgemaakt stuk in de hand is iets anders dan fabriekswaar.

De spanning tussen traditie en vernieuwing

Niet elke maker wil volledig breken met het verleden. En dat hoeft ook niet. De Porceleyne Fles is nog steeds het referentiepunt voor technische kwaliteit: de kwaliteit van het aardewerk, de manier waarop de kleur na het bakken diepte krijgt. Jonge keramisten die daar hun opleiding of stage hebben gevolgd, nemen die technische kennis mee. Ze zijn geen rebellen, ze zijn bouwers voort op een fundament.

De spanning zit hem in de vraag: hoe ver ga je? Een te radicale breuk verliest de herkenbaarheid die Delfts blauw juist interessant maakt in een interieur. Een te traditionele aanpak valt terug in het souvenirvalkuil. De makers die het goed doen, balanceren precies op die grens.

Combineren zonder historisch museum te worden

Als je Delfts blauw wilt toevoegen aan een eigentijds interieur zijn er een paar stijlprincipes die goed werken.

Hout is een uitstekende partner. Oud eikenhout of een grove houten tafel geeft het blauw-wit warmte en context. Te veel wit of grijs en het geheel wordt klinisch. Steen werkt ook goed, zeker in een matte uitvoering. Denk aan een leisteen keukenblad of een betonnen vloer, waarbij de handgemaakte kwaliteit van het keramiek juist goed afsteekt.

Metaal? Kies voor onbehandeld ijzer of geoxideerd koper in plaats van glanzend chroom. Dat laatste concurreert met het blauw. En qua kleur: houd de rest van de ruimte neutraal of warm. Terracotta, zandtinten, donkergroen. Dan krijgt het blauw-wit de ruimte om te spreken zonder te schreeuwen.

Verzamelen zonder in de nostalgieval te stappen

Een coherente collectie opbouwen van oud en nieuw Delfts blauw is een leuke opgave, maar vraagt enige discipline. De valkuil is dat je uiteindelijk toch belandt bij een vitrine vol willekeurige stukken.

Kies een uitgangspunt: verzamel je op motief, op maker, op tijdperiode? Een mix van een achttiende-eeuws tegeltje naast een hedendaagse kom van een Amsterdamse keramist kan heel goed werken, zolang er een verbindend principe is. Zet stukken niet bij elkaar omdat ze allebei blauw zijn. Zet ze bij elkaar omdat ze iets te zeggen hebben over hoe een ambacht zich door de tijd heen ontwikkelt.

Waar kopen en kijken dit najaar

September is een goed moment om actief op pad te gaan. De grote keramiekbeurs Keramiek ’26 in Den Haag vindt dit jaar opnieuw in het najaar plaats en is een van de betere plekken om hedendaags Delfts blauw live te zien en direct bij makers te kopen. Verschillende museumwinkels, waaronder die van het Gemeentemuseum Delft, zijn de afgelopen jaren bovendien serieuzer gaan cureren, waardoor je er naast reproductiewerk ook echt hedendaagse stukken vindt.

Online zijn platforms als Handgemaakt.eu en de webshop van diverse keramiekstudio’s een goede plek om te beginnen. Maar niets gaat boven het zelf vasthouden van een stuk. Ga naar een open atelierdag, praat met de maker, vraag naar de techniek. Dan begrijp je ook waarom het iets anders is dan dat molentje in de souvenirwinkel.

De keramisten die nu aan het werk zijn, laten zien dat een oud ambacht geen gevangenis hoeft te zijn. Het is een startpunt. Of je nu begint met één handgeschilderd bordje op een houten tafel, of een tegelpaneel laat maken voor je keuken: het blauw-wit heeft zijn kitscherige reputatie al een tijdje achter zich gelaten. Wij van Boulevard.nl volgen deze ontwikkeling op de voet, omdat het precies het soort verhaal is dat laat zien hoe traditie en eigentijds leven elkaar kunnen versterken. Wie nieuwsgierig is, kan het beste gewoon eens een atelier bezoeken in plaats van een souvenirwinkel.

Vorige

Black Friday zonder spijt: hoe je als huishouden een slim november-budget opstelt voor de feestdagen